He classified the Princess with that distinct type of woman that looks as if it habitually went out to feed hens in the rain
(Saki)

People may say what they like about the decay of Christianity; the religious system that produced green Chartreuse can never really die.
(Saki)

Advertenties

Thigmofilie

In mijn kindertijd was het kleinste kamertje mijn favoriete schuilplaats in huis. Het was een oord waar de andere gezinsleden je nooit kwamen storen, de enige plek waar je zonder opgaaf van reden langer kon blijven zitten dan strikt noodzakelijk. Uren heb ik er gesleten, voorraadje strips bij de hand. Soms zit de wereld je gewoon te ruim, en moet je de onderduik in.

Ook nu ik volwassen ben, wil de weidsheid van het bestaan me nog wel eens aanvliegen. Zonder rugdekking krantenstukjes tikkend in een landschapskantoor, op een receptie tot conversatie met onbekenden gedwongen, mijn pleinvrees onderdrukkend in een ondergrondse parkeergarage: hevig kan ik dan terugverlangen naar de geborgenheid van de wc uit mijn kindertijd.

Die zucht naar in je schulp kruipen, naar verstoppertje spelen voor de wereld: het is geen afwijking, schrijft de Nederlandse bioloog Midas Dekkers in De thigmofiel. Het verlangen naar geborgenheid (Atlas Contact). Het is wat biologen thigmofilie noemen: holtezucht, de liefde voor de kleine ruimte.

Hilde Van den Eynde in De Standaard der Letteren, 16 oktober 2015.

Les

De les die wij uit deze geschiedenis kunnen trekken is, zeg ik nog maar eens ten overvloede, dat er in onze kringen heel veel onaangename zaken passeren die wij maar hebben te slikken. Maar laten wij zulks doen met een lach op ons gezicht.

W.M. Thackeray, De snob, luchtigjes bekeken, in: Kees van Kooten, Mijn plezierbrevier, p. 43.

Illusie

Het gaat om de onbetaalbare luxe van de illusie. De illusie dat je de boze buitenwereld kan bezweren met een weinig minder dan perfecte zin. Een zin waarin elk woord net dat ene woord is dat er staan moet, waarin elk woord precies daar staat waar het staan moet, waarin al die juiste woorden op de juiste plaats, gescheiden dan wel verbonden door de juiste leestekens, samen die ene zin vormen die doet wat jij niet in je eentje kan: troost zijn. Troost voor alle lelijkheid, lelijkheid die ons toch o zo makkelijk lukt. Schoonheid, neen, die is niet makkelijk. Schoonheid vergt, schoonheid eist. Schoonheid is een keuze. De keuze voor de illusie. Ontneem de mens die illusie en je ontneemt hem z’n reden tot bestaan.

Jan Devriese, in Het Laatste Nieuws, 27-28 juni, p. 18.

Troostvogel

Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft

Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort het, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Zolang er kinderen bestaan
Is hij ze altijd komen troosten
In Doesburg of in ’t Verre Oosten
Of waar hij ook naar toe moest gaan

De vogel is in al die tijd
Nog nooit beschreven of geschilderd
Is hij beeldschoon of erg verwilderd?
Daarover heerst onzekerheid

In elk geval, hij meent het goed
Hoewel door alles wat hij doet
Je kans hebt dat je noodgedwongen
Een tijdje op hem wachten moet

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Drs. P (1919-2015)

‘Gaat u nooit de deur uit?
‘Sinds verscheidene jaren nooit meer… Op een gegeven moment van mijn leven heb ik een rekensommetje gemaakt: als ik de deur uitga om het gezelschap van een intelligent mens, een eerlijk mens te vinden, moet ik het risico nemen om gemiddeld twaalf dieven en zeven idioten te ontmoeten die klaar staan om me hun meningen mee te delen over de mensheid, over de regering, over het gemeentebestuur, over Moravia… Lijkt u dat de moeite waard?’
‘Nee, inderdaad niet.’
‘Trouwens, ik heb het heel best thuis, en vooral hier binnen.’
En met een breed gebaar omvatte hij alle boeken in het rond.
‘Mooie bibliotheek,’ zei Laurana.

Leonardo Sciascia, Ieder het zijne, Amsterdam, Serena Libri, 2003, p.108.