Hermans gedicht
november 20, 2009
De ploeger
Ik vraag geen oogst; ik heb geen schuren,
ik sta in uwen dienst zonder bezit.
Maar ik ben rijk in dit:
dat ik den ploeg van uw woord mag besturen,
en dat gij mij hebt toegewezen
dit afgelegen land en deze
hoge landouwen, waar – als in het uur
der schafte bij de paarden van mijn wil
ik leun vermoeid en stil -
de zee mij zichtbaar is zover ik tuur.
Ik vraag maar een ding, kracht
te dulden dit besef, dat ik geboren ben
in ‘t najaar van een wereld
en daarin sterven moet.
Gij weet hoe, als de ritselende klacht
van die voorbije schoonheid mij omdwerelt,
weemoed mij talmen doet
tot ik welhaast voor u verloren ben.
Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien…
Opdat, nog in de laatste voor,
ik weten mag dat mij uw doel verkoor
te zijn een ernstig ploeger op de landen
van een te worden schoonheid; eenzaam tegen
der eigen liefde dalend avondrood -
die ziet beneden aan den sprong der wegen
de hoeve van zijn deemoed, en het branden
der zachte lamp van een gelaten dood.
A. Roland Holst (1888-1976)
Torfs
november 19, 2009
Wat is die Rik Torfs toch een heerlijke schrijver! Z’n televisie-optredens kunnen me minder bekoren en z’n bewegingsplannen helemaal niet zelfs, maar z’n columns vindt ik vaak erg goed geschreven. Heerlijk politiek incorrect ook. Kortom: een man naar mijn hart (bij momenten), al is het nog wat te vroeg om hem toe te voegen aan m’n heldenlijstje. Vandaag kon z’n column – over de onnozele VRT-beslissing om het kruis te weren uit de mijter van Sinterklaas – in De Standaard alvast op m’n volle instemming rekenen. Twee citaten:
Zaterdag arriveerde Sinterklaas tegelijk in Antwerpen en in Schiedam. In Antwerpen droeg hij een mijter. In Schiedam ook. Edoch, terwijl in Schiedam op de mijter een kruis prijkte, was dat in Antwerpen niet het geval. Op die manier straalde de Antwerpse Sinterklaas pluralisme uit. Wat is pluralisme? Pluralisme is een bisschop met een mijter zonder kruis.
Feesten moeten alle mensen verenigen. Sinterklaas is de vriend van ieder kind. Dus mag hij er niet te christelijk, laat staan te katholiek uitzien. Anders lijkt het alsof hij tegen abortus is, en tegen seks voor het huwelijk. En dat recht heeft hij niet. Hij mag rare kleren dragen, zolang die geen enkele betekenis hebben. Vooral dat laatste is van belang: alles kan, zolang niets betekenis heeft. Wie maakt de grootste kans op volstrekte levensbewouwelijke neutraliteit? Wie onbenulligheid aan oppervlakkigheid paart.
Erwin Mortier
november 12, 2009
Van z’n Marcel was ik toch wel redelijk erg sterk onder de indruk. Ik zou dan eigenlijk wel héél graag en liefst meteen ook aan z’n bekroonde Godenslaap willen beginnen. Helaas: door z’n gebral, geraas & getier van de laatste jaren – vandaag in De Standaard té eufemistisch “talent voor polemiek” genoemd – heb ik zo’n dégout van het mannetje gekregen dat ik wellicht nooit meer iets zal lezen van hem. Van deze blaffende kip zonder kop geen eieren meer.
Allerzielen
november 2, 2009
Toevallig, toch. Vanmiddag, op Allerzielen, lees ik volgende wel heel erg toepasselijke passage in een boek dat ik al even toevallig heb meegenomen uit het rek van de teruggebrachte boeken in de bibliotheek:
Ik bevind me onder de doden en moet zachtjes spreken. Sommigen van die doden zijn werkelijk dood, anderen leven voort in mijn gebaren, in de vorm van mijn schedel, in de manier waarop ik een sigaret rook of met een vrouw naar bed ga. Het lijkt wel of ik in opdracht van hen bepaalde spijzen eet. Ze zijn met velen. Een mens voelt zich lang eenzaam tussen de mensen, maar op een dag komt hij in aanraking met zijn doden en bemerkt hij hun voortdurende tactvolle aanwezigheid. Ze maken niet veel leven, die doden. Ik ging pas op latere leeftijd met mijn moeders familie samenleven. Op een dag hoorde ik hun stemmen als ik sprak en zag ik hun gezichten als ik groette of het glas hief. De ‘persoonlijkheid’, het weinig nieuwe dat de mens aan zichzelf toevoegt, is verbluffend gering vergeleken met de erfenis die we van de doden ontvangen. Mensen die ik nooit heb gezien, leven, voelen en scheppen nog steeds, hun angsten en verlangens leven via mij voort. Mijn gezicht is precies het gelaat van mijn grootvader van moeders kant, mijn handen dank ik aan vaders familie en zijn temperament heb ik van een van moeders verwanten ontvangen. Op bepaalde momenten, bijvoorbeeld wanneer iemand me beledigt of wanneer ik snel moet beslissen, denk en zeg ik waarschijnlijk woordelijk wat mijn grootvader zeventig jaar geleden in zijn molen in Moravië placht te denken en te zeggen.
Sándor Márai, Bekentenissen van een burger. Amsterdam, Wereldbibliotheek, p. 78.
O laatste, warme dagen van september
september 29, 2009
De laatste dagen
Een blauwe schotel bleef, met enkle vruchten,
vannacht in het prieel op tafel staan,
en daarop schijnt, door winde en wilde wingerd,
een laatste straal van de verdoofde maan.
Geen wind beweegt de donkre notelaren,
rond zonnebloem en volle dahlia
gonst geen insekt: ‘t is de volmaakte vrede
die eeuwig lijkt, als kwam niets daarna.
O laatste, warme dagen van september,
de weemoed van uw licht gloeit ook in mij,
ik laat, als gij, mij met een glimlach glijden
naar dood en vrede, beiden zo nabij.
Jan Van Nijlen (1884-1965)
Neiges d’antan
augustus 28, 2009
Vandaag zat in m’n mailbox – dankzij het onvolprezen project Laurens Jz. Coster – een gedicht van één van m’n lievelingsdichters over nostalgie: een winnende combinatie.
Vanavond, ‘k ging een brief doen op de post, zag ik een bordje met ‘Garage Kern’. ‘Is die er ook nog?’ dacht ik — en meteen liep ‘k weer door Havenstraat en Rozenhof,zeventien jaar, schuw, schutterig en smoorlijk verliefd op een garagehoudersdochter. Ze was zo rank, zo slank, keek zo serieus, en had dan plotseling haast iets tijgerachtigs.
Soms mocht ik met haar praten. Ze las Adler (en dat was iets bijzonders in die tijd). Toch durfde ik haar niet te vragen of ze een keertje met me uitging. Ik was bang voor ‘t vonken van haar ogen. God, wat zou er toch zijn geworden van Vera de Koff?
C. Buddingh’ (1918-1985), uit: De eerste zestig (1978)
Verneukt (2)
april 30, 2009

Verneukt. Gisteren stond het in een artikeltje van De Standaard waarin een Nederlandse journaliste het had over Beaufort aan de kust – en passant maakte ze haar misprijzen bekend voor onze ruimtelijke ordening. Verneukt, dus. De meest bekende zin met dat woord is ongetwijfeld de volgende:
Ik word op ‘t oogenblik van uit Gent verneukt door een kerel, die Korthals heet en die ‘t lijk van mijn schoonzuster in zijn bezit heeft.
Heerlijke zin. Werd ooit zelfs verkozen, meen ik, tot beste Nederlandstalige zin ooit. Hij komt, natuurlijk, uit Lijmen van Willem Elsschot.
Verneukt
april 29, 2009

NRC-kunstcritica Janneke Wesseling vindt onze kust een ‘doodse aaneenschakeling van lelijke flats op een al even lelijke boulevard met plastic speeltoestellen en friettenten’. Soms moet je het weer eens van een buitenstaander horen om te beseffen hoe verschrikkelijk we onze kuststrook verneukt hebben, merkt Peter Vantyghem vandaag op in De Standaard. I could not agree more.
Levensles
maart 13, 2009
The Meaning of Life
Most of what I have learned
in life leads back to this.
Nancy Fitzgerald, Poems I Never Wrote.
Boontje
februari 24, 2009
In 1967 bestonden er nog geen blogs. Misschien bestond het internet zelfs nog niet eens, ook niet die supergeheime militaire toepassing waaruit het internet van vandaag is ontstaan. Maar in 1967 bestonden er wel al dagboeken. En kranten. Het is in de krant van 24 februari 1967 – in zijn fameuze boontje in de krant Vooruit – dat Louis Paul Boon schrijft over dagboeken. Wat zijn dagboeken anders dan de voorlopers van de huidige blogs? Op maandag 20 februari was hij in zijn dagelijkse stukjes beginnen schrijven over het dagboek van een vader van een vriend van hem. Die vader had de eerste dagen van de Eerste Wereldoorlog beschreven. Op 24 februari brengt hij uit dat dagboek een laatste fragment. En dan komt het:
Ik hoop dat ook u de lust zal overvallen, aan een dagboek te beginnen – ook al zijn er momenteel geen pinhelmers in de buurt, die voor wat afwisseling zorgen – maar zelfs al kunt ge maar noteren dat uw vrouw vandaag weer erwten en worteltjes heeft gereedgemaakt, het zal voor uw nakomelingen een schat aan wetenswaardigheden bevatten. – Hee! zullen die zeggen… Vader beschrijft hier nog hoe onze Emiel ter wereld is gekomen!