Notentijd
oktober 8, 2009
Noten zeggen dat de zomer definitief gedaan is, hoe warm het ook is. Ook de afgevallen bladeren zeggen dat de zomer voorbij is. Tussen de afgevallen bladeren zoek ik naar afgevallen noten. Soms zit de bolster er nog omheen. Soms is de bolster al helemaal dun en donker geworden. Ik denk dat de noten dan ook hun beste tijd hebben gehad. Het is niet gemakkelijk om de noten te zien tussen de bladeren en de stukken bolster die in het gras liggen. Vaak voel ik dat ik op een noot sta. Zo kan ik er een heleboel vinden. Na twee ronden om de boom is het tijd voor de noten die nog in de boom hangen. Ik neem een ijzeren staaf en stoot tegen de notentrossen. Wat dan volgt, is een computergamereactietest: proberen te zien waar de verschillende noten terechtkomen. Het lukt min of meer. Na een tijdje heb ik een emmertje vol noten. Sommige heb ik uit hun bolster moeten krabben. Zij waren er nog niet klaar voor. Bij anderen was de bolster al gebarsten. Er hangen nog veel noten in de boom. Het is een goed notenjaar. Het was ook een goed pruimenjaar (al heb ik er te weinig mee gedaan). En ook wel een goed patattenjaar (zoals steeds te laat geplant). Ook een heel goed kersenjaar (hoewel ze zoals steeds bijna allemaal door de vogels zijn opgegeten). Maar geen goed perenjaar (al kan dat de schuld zijn van de boom). Een voornemen voor volgend jaar: meer gebruik maken van wat er uit de tuin komt. Wat kan ik allemaal doen met noten? Suggesties, iemand? Maar eerst moeten mijn vingers weer schoon worden – noten laten een soort olie achter op vingers. Ze is er niet af te krijgen.
Onder professoren (1)
oktober 7, 2009
Ik moet een flyertje maken met een beschrijving van de verdiepingen op een gloednieuwe campus. Het flyertje zal worden bezorgd aan bezoekers zodat die meteen weten op welke verdieping ze terecht kunnen voor hun vraag. De directeur van de nieuwe campus wil per se zo’n flyertje hebben. Ik vind dat niet nodig: in elk gebouw zou de interne bewegwijzering bezoekers naadloos immers naar hun bestemming moeten kunnen voeren. Een bijkomend flyertje is dan overbodig. Er is maar één ingang en één liftkoker. Bovendien is er op elke verdieping maar één activiteit of slechts enkele verschillende activiteiten, dus zo moeilijk kan die interne bewegwijzering niet zijn. Niet dus. Er moet een flyertje komen. Ik en mijn collega’s maken het flyertje. Helder en eenvoudig – denk ik toch – zet het de verschillende verdiepingen op een rij en zegt het wat er zich op die verdieping bevindt. Prima? Neen.
- Kan ik nog opmerkingen maken op de inhoud?
- De directeur vraagt het me nadat hij al twee keer de kans heeft gekregen om inhoudelijke input te geven.
- Misschien had ik dit vroeger moeten zien, maar het valt me nu op. Zou je onderaan niet onze contactgegevens (adres, tel, fax) zetten?
- De flyer is bestemd voor wie in het gebouw arriveert. De contactgegevens lijken mij dan eigenlijk niet nodig aangezien men er al is en de flyer enkel ter plekke wordt gebruikt.
- Dat is natuurlijk waar, maar als je dit aan externen geeft en ze nemen dat mee is het toch handig dat ze onze referentiegegevens hebben. Ik veronderstel dat het maar een kleine moeite is om die toch te vermelden?
- Ik zet m’n verstand even op nul – sommigen beweren dat het altijd op nul staat – en doe de gevraagde aanpassingen…
Foto
september 23, 2009
Een mens zou eigenlijk altijd een fototoestel op zak moeten hebben. Om de voorbijgaande momenten die ons leven maken, te vatten en te bewaren. Gisteren was er (weer) zo’n gemist moment. Het plaatje: dinsdagavond iets voor zessen, een rustige straat in Korbeek-Lo, m’n jongste dochter (met staartjes) op haar nieuwe tweedehandse felgekleurde fietsje die naar huis rijdt, grote boekentas (met wieltjes) op de rug, laagstaande nazomerzon in het gezicht, vader en oudere zus erachter… M’n dochters rijden eigenlijk nooit met de fiets van en naar school. Hun moeder is daar geen voorstander van: te gevaarlijk! Hun vader zou niets liever doen dan elke dag met z’n dochters naar school fietsen. Maar omdat de oudste gisteren haar fiets nodig had op school, waren we ’s ochtends naar school gereden en ’s avonds weer met de fiets terug naar huis. Voor herhaling vatbaar, vind ik.
Vol
september 7, 2009

Vindt u ook niet dat ons land zo vol is? Waar kan je in Vlaanderen nog genieten van een ongerepte horizon? Overal wordt het landschap wel ergens ingenomen door een huis, een schouw, een windmolen, een industriepark, een snelweg (met verlichtingspalen), een shoppingcenter, een verkaveling, een reclamebord… In Nederland, Duitsland, Frankrijk, Engeland, Oostenrijk – waar niet eigenlijk? - is het op dat vlak veel beter, vind ik. De mensen leven er weliswaar op elkaar, maar kunnen er wél samen genieten van de ongerepte polders. Neem nu een stadje als Hulst. Of Sluis. Of ’s Hertogenbosch. Of eender welk dorp in Wales, om maar iets te zeggen. Eens je buiten de stadsrand bent, kom je terecht in een landschap waar in de verste verte geen huis meer te bespeuren is. Zalig, toch? Hoe anders is het in Vlaanderen met z’n lintbebouwing en provinciewegen vol Lidl’s, Aldi’s, Colruyts, bandencentra…
De wereld volgebouwd, komt al het zijnde
waarvan ik hou, voortijdig aan zijn einde:
ontzegd mijn paradijs dat jaar na jaar
terwijl ik kéék versmalde en verkleinde.
A. Van Wilderode, Buitengaats (1996).
Ratten
juni 19, 2009

Vannacht om drie uur wakker geschoten. Ik was aan het dromen dat er ratten over me heen liepen. Mijn vrouw, die ook wakker was omdat ze door haar hooikoorts niet kon slapen, kan het bevestigen. Ratten die over me heen lopen: iemand een verklaring?
Westmalle
januari 13, 2009
Na twee donkere Westmalles en nog een korte autorit voor de boeg nestelde gisteren een vraag zich in mijn hoofd: zou het mogelijk zijn om na twee Westmalles – zijnde een echt trappistenbier gebrouwen door mannen van God – een ongeval te krijgen? Mijn stelling is dat het onmogelijk is. Gisteren werd ze alvast niet tegengesproken en ben ik veilig thuisgekomen…