Notentijd

oktober 8, 2009

Noten zeggen dat de zomer definitief gedaan is, hoe warm het ook is. Ook de afgevallen bladeren zeggen dat de zomer voorbij is. Tussen de afgevallen bladeren zoek ik naar afgevallen noten. Soms zit de bolster er nog omheen. Soms is de bolster al helemaal dun en donker geworden. Ik denk dat de noten dan ook hun beste tijd hebben gehad. Het is niet gemakkelijk om de noten te zien tussen de bladeren en de stukken bolster die in het gras liggen. Vaak voel ik dat ik op een noot sta. Zo kan ik er een heleboel vinden. Na twee ronden om de boom is het tijd voor de noten die nog in de boom hangen. Ik neem een ijzeren staaf en stoot tegen de notentrossen. Wat dan volgt, is een computergamereactietest: proberen te zien waar de verschillende noten terechtkomen. Het lukt min of meer. Na een tijdje heb ik een emmertje vol noten. Sommige heb ik uit hun bolster moeten krabben. Zij waren er nog niet klaar voor. Bij anderen was de bolster al gebarsten. Er hangen nog veel noten in de boom. Het is een goed notenjaar. Het was ook een goed pruimenjaar (al heb ik er te weinig mee gedaan). En ook wel een goed patattenjaar (zoals steeds te laat geplant). Ook een heel goed kersenjaar (hoewel ze zoals steeds bijna allemaal door de vogels zijn opgegeten). Maar geen goed perenjaar (al kan dat de schuld zijn van de boom). Een voornemen voor volgend jaar: meer gebruik maken van wat er uit de tuin komt. Wat kan ik allemaal doen met noten? Suggesties, iemand? Maar eerst moeten mijn vingers weer schoon worden – noten laten een soort olie achter op vingers. Ze is er niet af te krijgen.

Kakken in de kribbe

januari 11, 2009

Kerstfeest in de familie. De kinderen moeten Jozef, Maria, Jezus en de herders spelen. M’n oudste dochter is Maria, m’n jongste is een herder. In de kribbe de jongste aanwinst van de familie. Die houdt het Kerstspektakel enkele minuten op omdat hij net in de kribbe stevig in z’n pamper begint de kakken. Zou Jezus dan nooit gekakt hebben, vraagt een nichtje zich af…

Nachtmis

december 26, 2008

Hoe het toch iets doet met een mens, zo’n nachtmis op Kerstnacht. Hoe je dan een brok in je keel krijgt, wanneer de priester door de doodstille kerk schrijdt met een pop van plastiek en die in de kerststal bij het altaar legt. Hoe dan de mis verder gaat, met een orgel en een koor en mensen die net als jij door de nacht en door de kou de feestvierders hebben verlaten om deel te nemen aan iets wat een oude traditie is die op dat moment in honderden andere kerken ook plaatsvindt. Nog altijd. Ook nog bij ons. Hoe je dan buiten komt. Opgetogen. En hoe je dan, de dag erna, met dat opgetogen gevoel, nog eens een kerkdienst volgt, terwijl je aan het strijken bent, op de BBC nog wel. Hoe je daar een schitterende speech hoort over God die zich niet met groot vertoon laat zien (maar in een kind) en wie vandaag de herders zouden zijn (bewakers). En hoe dat opgetogen Kerstdaggevoel dan de hele dag bij je blijft.

Brussel-Leuven-Luik-Leuven

oktober 28, 2008

Het overkomt me gemiddeld één keer om het half jaar, dat ik op een verkeerde trein stap. Gisteren was het zover. In m’n haast om op de vlugste trein richting Leuven te geraken vanuit Brussel-Centraal, bleek ik gisteren in een trein te zitten die weliswaar richting Leuven reed, maar niet in Leuven stopte… Ik had het pas door toen de conducteur m’n abonnement kwam controleren. We waren toen al een eind voorbij Leuven. En zo komt het dat ik gisteren een voyageur dévoyé ben geweest met een retour de Liège-Guillemins vers Leuven avec le premier train à partir de 17:55 le 27/10/08. Ik heb het wel drie keer omgeroepen, zei de conducteur in de trein richting Luik. Ik had het niet gehoord, verdiept als ik was in het voorlaatste boek uit de Zen-reeks van Michael Dibdin. De man die voor mij zat in de trein, een pokdalig rood aangelopen dik mens met korte beentjes die wel drie keer de pijpen van z’n broek optrok en twee blikjes bier verorberde – schets mij een alcoholicus en het is die man – bevestigde overtuigend dat de conducteur inderdaad drie keer had omgeroepen dat de trein niet in Leuven stopte waarbij hij misprijzend in mijn richting keek. Maar ook hij had het ondanks de hoeveelheid alcohol in z’n bloed toch redelijk vlug door dat het hier niet ging om een kwaadwillig opzet, maar om een spijtige vergissing van een fundamenteel verward mens. Een conclusie die werd bevestigd toen ik meteen na de vaststelling dat ik in de verkeerde trein zat, belde naar m’n vrouw en van haar op m’n donder kreeg. “Vergeet niet af te stappen in Luik”, was z’n lucide raad. Wat ik inderdaad niet deed. Het station was er al in een meer vergevorderde staat dan toen ik er de vorige keer was, ook het resultaat van het opstappen op een verkeerde trein. Twee uur later dan voorzien was ik thuis. Wat zou het leven zijn zonder vergissingen?

Dardennen

oktober 7, 2008

Net terug van een weekendje in ‘Dardennen’. Ik kan het iedereen aanbevelen. Die stilte. Die mist die traag omhoogkruipt uit de hellingen en valleien. Die paddenstoelen. Die rook die in de verte uit bossen omhoogkringelt. Die slechtvalken of buizerds (ik ben geen vogelkenner) die eenzaam boven het veld hangen. Die herten, reeën en everzwijnen die ergens in het bos verscholen moeten zitten terwijl jij voorbijwandelt. Dat geritsel in het onderbos. Die bordjes die zeggen wanneer er een jacht is. Die natte zompige boslucht. Die mossen. En vooral: die schitterende kleurenvariaties rond deze periode van het jaar. Hoe mooi verval toch kan zijn…

Nazomer

augustus 31, 2008

Het was vandaag een prachtige warme nazomerdag en de gedachte dat de zomer voorbij is deed me denken aan een gedicht van Rilke dat weliswaar Herfstdag heet, maar m.i. perfect het gevoel weergeeft van vandaag.

 

Herfstdag

Heer, het is tijd. Het was een grootse zomer.

Leg nu uw schaduw op de zonnewijzers

en laat de wind over de velden komen.

 

Gebied de vruchten vol te zijn,

verleen hun nog twee zuidelijke dagen,

stuw ze naar de voldragenheid en jaag

de laatste zoetheid in de zware wijn.

 

Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer,

wie nu alleen is, zal het nog lang blijven,

zal waken, lezen, lange brieven schrijven

en rusteloos de lanen op en neer

gaan als de wind de blaren voort zal drijven.

 

RILKE, Rainer Maria, Wie nu geen huis heeft. Bert Bakker, Amsterdam, 1986. Vertaling: Peter Verstegen.

 

A little stroke of luck

augustus 27, 2008

Een mens moet het hebben van de kleine dagelijkse meevallers. Vandaag was het even mijn beurt. Toen ik met m’n fiets arriveerde in de immense pas afgewerkte megagrote fietsenparking aan het Leuvense station – is het nu onder het nieuwe KBC-gebouw of onder de nieuwe gebouwen van de stad? – was er net een meisje dat haar fiets uit de rekken haalde. Helemaal vooraan! I did not let this chance slip away. Mijn fiets staat nu te pronken (wat heet) op de derde of vierde plaats. Het bespaarde me vandaag een kilometerslange wandeling naar een fietsparkeerplaats. A little stroke of luck. M’n dag kan niet meer stuk. Laat de andere meevallers maar komen vandaag.